Woensdag  4  Februari 2015

Van Giel versus Tuymans: plagiaat of parodie?

Er is de voorbije weken amper een dag voorbijgegaan zonder dat in de media werd bericht over de zaak Van Giel versus Tuymans. Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen beroerde velen en verdeelde kunstenaars en liefhebbers in twee kampen.

De rechter veroordeelde Luc Tuymans namelijk voor de reproductie van een foto van Katrijn Van Giel in zijn schilderij “A Belgian Politician”. Hij oordeelde dat er te veel gelijkenissen tussen beide werken zijn om plagiaat te ontkennen.

Wanneer is er sprake van plagiaat en wat met de parodie-exceptie ingeroepen door het verwerende kamp?

Een foto is een beschermd werk

De basisregel in het auteursrecht is dat wanneer je een auteursrechtelijk beschermd werk wenst te reproduceren je de voorafgaande toestemming van de auteur nodig hebt. Een werk, zoals een foto, een illustratie of schilderij, geniet deze bescherming wanneer zij voldoende origineel is. Originaliteit of oorspronkelijkheid betekent dat aan de basis van het werk een intellectuele schepping moet hebben plaatsgevonden en dat de persoonlijke toets van de auteur in het werk terug te vinden moet zijn.

Er is lang discussie geweest of foto’s zich ook op deze bescherming konden beroepen. Hieraan kwam een einde door dit expliciet in de wet op te nemen. Ook het Europees Hof van Justitie heeft in een recent arrest (Painer) geoordeeld dat portretfoto’s beschermd kunnen worden door het auteursrecht.

Dat op de foto van Katrijn Van Giel auteursrechtelijke bescherming rust, bestaat geen twijfel over. De keuzes die de fotografe gemaakt heeft tijdens het creëren van het beeld, zoals de kadrering, de belichting en de enscenering, zorgen ervoor dat haar foto origineel en dus beschermd is.

Wanneer is er sprake van een auteursrechtelijke inbreuk?

De grens tussen plagiaat en inspiratie is niet altijd even gemakkelijk te bepalen. Het staat iedereen vrij inspiratie te halen uit het werk van een ander. Zo mag je een bepaalde stijl, of idee uit het werk van een ander overnemen. Het is pas wanneer originele vormelijke elementen uit het werk worden overgenomen dat er sprake kan zijn van plagiaat.

De rechter besliste in deze zaak dat Tuymans duidelijk elementen had overgenomen die de originaliteit van de foto uitmaken, zoals het onvolledige beeld, de positie, de belichting, de enscenering en kadrering. Het feit dat in het schilderij eveneens de onderkant van het gezicht is weggelaten en dat de gezichtsuitdrukking, het zwetend hoofd en de pose allemaal overgenomen zijn, doen de rechter besluiten tot plagiaat.

Wat met de parodie-exceptie ingeroepen door Tuymans?

De wet voorziet een aantal gevallen waarin men geen toestemming moet vragen aan de auteur. Als een van deze uitzonderingen van toepassing is dan is het toegestaan een werk te reproduceren of aan het publiek mee te delen zonder toestemming van de auteur. De parodie is een van deze uitzonderingen.

Wat zijn nu precies de voorwaarden opdat sprake zou zijn van een parodie?

Daar waar de Belgische rechter vroeger zeven voorwaarden in aanmerking nam, stelde het Europees Hof van Justitie onlangs (arrest Deckmyn – Vandersteen) dat de parodie-exceptie aan slechts twee voorwaarden moet voldoen. Zo moet de parodie duidelijk verschillen van het bestaande werk en moet er aan humor worden gedaan of de spot worden gedreven. Hiermee verruimt het Europees Hof duidelijk deze parodie-exceptie.

De vonnisrechter heeft met dit Europees arrest merkwaardig genoeg geen rekening gehouden en alsnog het werk van Tuymans getoetst aan bijkomende voorwaarden. Zo stelt de rechtbank dat de parodie “onbetwistbaar” moet zijn, dat het moet gaan om “een vervormde weergave van het oorspronkelijke werk”, dat “de herkenbare elementen uit het oorspronkelijke werk op treffende ludieke of humoristische wijze moeten worden uitvergroot of totaal vertekend moeten worden weergegeven” en dat “hoedanook duidelijk moet blijken dat het enige doel de spot, parodie of sarcasme is”.

In voorliggend geval oordeelt de rechter dat het schilderij “niet meer noch minder dan de overname van de persfoto is”. Beide werken zijn “volledig gelijklopend” en “uit geen enkel element blijkt dat de foto clownesk, dan wel geparodieerd noch op sardonische wijze is overgenomen”.

De rechtbank beveelt de staking van elke inbreuk

De procedure in kwestie werd ingeleid voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg volgens de regels van het kortgeding. Het betreft hier een bijzondere procedure die auteurs kunnen instellen bij de rechtbank om snel een inbreuk te laten vaststellen en de staking ervan te bevelen.

Daarnaast kan de auteur eveneens een klassieke procedure inleiden om schadevergoedingen te vorderen.

In voorkomend geval stelde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg dat de rechten van mevrouw Van Giel geschonden werden en beveelt hij deze inbreuk te staken onder dwangsom van 500 000 € per overtreding van het verbod.

Tegen deze beslissing is ondertussen beroep aangetekend door Luc Tuymans. In deze zaak is dus nog niet alles gezegd!

Barbara Persyn - SOFAM